Na het veto van de IJslandse president Ólafur Ragnar Grímsson over het wetsvoorstel voor de voorwaarden voor het terugbetalen van de Icesave tegoeden, werd er een hoop met modder gegooid door de regeringen en media van het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Icesave logo

Een citaat van Fok! (nadruk door mij toegevoegd):

IJsland houdt uiterlijk 6 maart een referendum over het al dan niet terugbetalen van de Icesave-schulden, nadat president Olafur Ragnar Grimsson [sic] vorige week weigerde om een door het parlement goedgekeurde wet te tekenen die voorzag in terugbetaling van de schulden aan de Britse en Nederlandse regering.

Nee “vulli”, het referendum gaat over of de IJslanders het eens zijn met dat ze een paar jaar op een houtje moeten bijten. Het besluit dat het geld terugbetaald gaat worden is al in oktober genomen en door het parlement én de president aangenomen.

Maargoed, dat is natuurlijk Fok!, niet echt een journalistiek hoogstandje. De Pers doet het beter:

Als het voorstel wordt verworpen dan blijft de in augustus aangenomen wet van kracht, waarin IJsland bepaalde dat het de schuld tussen 2016 en 2024 naar eigen draagkracht in ieder geval deels zal aflossen. De Nederlandse en Britse regeringen gingen echter niet akkoord met die constructie en dwongen een nieuw akkoord af. Daarin beloofde IJsland alsnog de schuld volledig af te betalen.

Jammer genoeg gaan ze in een ander bericht toch weer de fout in (nadruk weer van mij):

Indien de bevolking van IJsland in een referendum tegen het terugbetalen van de Icesaveleningen aan Nederland en Groot-Brittanië stemt, heeft dat gevolgen voor het toetredingsproces van IJsland tot de EU. Dat zei Miguel Angel Moratinos, de minister van Buitenlandse Zaken van huidig EU-voorzitter Spanje vrijdag in een gesprek met buitenlandse journalisten in Madrid.

De IJslandse president Olafur Ragnar Grimmson [sic] weigerde begin deze week zijn handtekening te zetten onder de wet die de terugbetaling van 3,8 miljarden euro aan gedupeerde spaarders van de IJslandse bank Icesave in Nederland en Groot-Brittannië moet regelen. Hij heeft een referendum uitgeschreven over de kwestie. Dat vindt waarschijnlijk 20 februari plaats.

Ólafur Ragnar heeft het enige gedaan wat hij kon doen: de beslissing over deze voorwaarden bij het volk zelf wegleggen, zij zijn immers degenen die het moeten gaan betalen. Overigens is de wet nu weliswaar afgewezen door de president; deze wordt wél direct actief. Pas als het toekomstige referendum een negatieve uitkomst heeft, wordt het besluit teruggedraaid.

Eerlijk?

Is het wel eerlijk om van een land als IJsland te verlangen dat ze zo’n 600% van het BNP terugbetalen? Je zou zeggen dat de oorzaak ligt in een paar bankdirecteuren die teveel geld hebben geleend en toen op rooftocht moesten om al dat geld terug te krijgen. Ze vonden een enorme hoeveelheid geld in Groot Brittanië en in Nederland, genoeg mensen en organisaties die graag voor een klein beetje meer rente een enorm risico wilden lopen (maar meestal zonder zich dat te realiseren).

Maar het waren niet alleen de bankdirecteuren die geld zagen. In 2006, toen ik in IJsland zat, zag je dat de gemiddelde IJslander het tamelijk breed liet hangen. Dure hypotheken werden (goedkoper) afgesloten in buitenlandse valuta, kleine auto’s reden er nauwelijks, op de toeristen in hun huurauto’s na. Ondernemers investeerden in buitenlandse bedrijven, vooral in voormalig moederland Denemarken. Útrás heette het – “uitvasie” – en degenen die voorop liepen noemde men útrásarvíkingur. Het ging IJsland voor de wind, maar het bleek allemaal te geweldig om waar te zijn.

In april 2006 merkte ik op m’n IJsland-blog al op dat de IJslandse kronur aan het kelderen was en dat was nog maar het begin. Voor ons buitenlandse studenten was dat natuurlijk geweldig, want een biertje werd steeds goedkoper! De economische vooruitgang was echter nog niet gestopt, maar op de achtergrond ging natuurlijk al het een en ander mis.

Om toch hun dure levensstijl aan te kunnen houden, stapten de IJslandse banken over de grenzen en openden vestigingen in verschillende landen in Noord Europa, waaronder Nederland. De regering keurde het goed dat de tegoeden zouden vallen onder het internationale depositogarantiestelsel (tot 20.877 euro wordt door IJsland aan elke spaarder vergoed in het geval een IJslandse bank omvalt), want zo zou er buitenlands geld het land in kunnen stromen. Ze overleefden 2007 en een goed deel van 2008… En toen stortte het in oktober als een kaartenhuis inelkaar.

Alleen Icesave was een IJslandse bank, Landsbanki en Kaupþing waren in de respectievelijke landen geregistreerd als bank. Spaarders bij die banken vielen dus onder de depositogarantie van dat land. Icesave echter niet, en het had als bank nooit mogen worden toegelaten in IJsland, maar het leverde een hoop snel geld op.

Conclusie

Het is niet de schuld van Jón-með-Húfunni (Jan-met-de-Pet), maar er zijn meer verantwoordelijken dan alleen die paar bankdirecteuren en ik denk dat een hoop mensen dat vergeten. Ik denk dat het die mensen zijn die hun excuses mogen aanbieden aan hun mede-IJslanders die wél normaal konden blijven bij het zien van al dat klatergoud en nu met torenhoge schulden (en vaak ook nog zonder werk) zitten.

Deze IJslanders zijn woedend op hun oude regering die alles maar goedkeurde als het geld opleverde, ze zijn woedend op de centrale bank die het niet verhinderde en bleef volhouden dat er niets aan de hand was.

Former Minister of Information Al Zarqawi
“There is nothing wrong with the Icelandic banking sector!”

Dit wilde ik even kwijt en kon ik eigenlijk nergens anders kwijt. Wij gaan deze zomer naar IJsland, de economie een kleine oppepper geven. Een van de manieren om het geld van Icesave terug te krijgen is zorgen dat de economie weer op gang komt, want van een kale kip valt niet te plukken.